Uit mijn comfortzone
Een tijdje geleden ging ik met mijn jongste zoon (tevens een van de oudste 3, drieling, als derde geboren, jongste zoon, maar wel een van de oudsten) mee naar de voetbal. We moesten een eindje lopen naar het voetbalveld. 'Ok, daar gaan we, de pas erin', denk ik dan, want het tempo van de anderen over zo'n hobbelig veld bijhouden kost wat moeite.
Toen we er bijna waren, zag ik 'm. Een trap met hoge treden van beton, zonder leuning. Ai, zonder leuning kom ik die trap niet op. De raderen in mijn hoofd beginnen meteen te draaien. Kan ik op een andere manier naar boven? Nee, naast de trap aan beide zijden was maar een smal strookje gras, stijl ook. Dat wordt 'm ook niet. Wat nu?
Ik zal iemand moeten vragen, of ik zijn of haar arm mag vasthouden. Oe, dat is uit mijn comfortzone. Als ik een eind moet lopen, steek ik mijn arm door de arm van mijn man. Dat geeft dan een hoop stabiliteit en dan lukt het mij meteen beter om lekker op tempo te lopen. Bovendien loop ik dan niet slingerend, van links naar rechts. Mijn moeder of een goede vriendin zou ik ook wel door de arm pakken. Maar... een voetbalouder, die ik verder niet spreek, dat vind ik wel wat ongemakkelijk.
Zijn er andere opties? Nee! Ik zal toch die trap op moeten om bij het voetbalveld te komen. Ik kijk naar de voetbalouders. Een vader ken ik wel van de school van mijn kinderen. Het is de vader van een goede vriend van mijn zoon. Het is een sociale man. Die zal ik het dan maar vragen. 'Vind je het goed dat ik zo je arm vastpak, anders kom ik de trap niet op. Dat komt door mijn MS.'
'Natuurlijk is dat goed!' Bij de trap houdt hij een arm gebogen en ik steek mijn arm door zijn arm. Top, wat een stabiliteit. Hup, we gaan zo samen de trap op. 'Bedankt!', zeg ik als we de trap op zijn. Hij vraagt mij naar mijn MS en ik leg uit hoe lang ik het heb en wat mijn klachten zijn.
Als we in de rust naar de kantine lopen om koffie en thee te gaan drinken, komt hij meteen naast me lopen, om mij bij de trap te ondersteunen. Heel fijn. Wat ongemakkelijk, omdat het uit mijn comfortzone is, ik ben niet zo vrij, maar ook heel prettig.
Na de koffie, als we weer naar het voetbalveld lopen, gaat de vader naar het toilet. Ik loop maar vast mee met de andere voetbalouders. Zodra de trap weer in zicht komt denk ik: 'Zal ik dan nu maar een andere ouder vragen?' Maar dan komt de vader weer naast mij lopen. 'Ik zocht je al!' Pfff... gelukkig! Op deze man kun je bouwen. Het mag dan wat ongemakkelijk voor mij zijn om om hulp te vragen, een helpende gedachte voor mij is: 'de meeste mensen helpen een ander graag, maar je moet er wel zelf om vragen.'
1 reactie