Bingo!
Een indicatie voor hulp in het huishouden, voor velen herkenbaar. Elke vijf jaar dient het zich weer aan. Deze indicatie noem ik gekscherend een anti-sollicitatie. In het arbeidsleven zou ik de spanning voorafgaand aan een sollicitatie benoemen als gezond. Maar dit geplande gesprek aan de keukentafel ervaar ik als mijn anti-sollicitatie. Met ongezonde spanning vooraf. Ongezond, omdat het onnatuurlijk voelt.
De indicatie kan telefonisch of aan de keukentafel plaatsvinden. Het gesprek is bij mij thuis. Van nature denk ik vooral in mogelijkheden, dus dit gesprek vergde voor mij voorbereiding. Ik werd er kort daarvoor indirect op gewezen bij fysiotherapie, toen ik achteruit liep met de rollator om op een apparaat plaats te nemen. “Jij bent niet bang hè.” “Klopt.” Bevestig ik met een knikje. Sindsdien zorg ik voor meer zekerheid en veiligheid qua steun.
Dit voorval echode meermaals na in mijn gedachten. Dit is exact waar ik altijd tegenop loop. Want: het valt wel mee, toch? En: iets lukt of het lukt niet. De rest is een uitdaging. Ik heb dus vooral fysieke hulp nodig. Daadwerkelijke hulp en steun. Zelfs vragen doe ik niet als eerste keus, maar als laatste kans. Bewust. Als dit dan wordt gebagatelliseerd, dan lijken mijn woorden te landen als een holle boodschap.
Mijn vast hulp, een ras Amsterdamse, zij verstaat mij. Ze gebruikt al haar voelsprieten en ervaring. Ruim tien jaar is zij mijn vaste hulp in het huishouden. Naast een officieel compliment te hebben ingediend bij de zorgorganisatie waar ze voor werkt,deel ik dit ook met de mevrouw van het keukentafelgesprek. Ik heb soms het idee dat hulpen in het huishouden worden ondergewaardeerd. Er is niet eens een opvolger voor haar. Dit zal wel iets met de technologische ontwikkelingen te maken hebben.

Illustratie: Maxim Wermuth
Terugkomend op het onnatuurlijke gevoel dat bij mij ontstaat bij een indicatie. MS wordt niet beter. Eerlijk, ik ga gevoelsmatig met sprongen achteruit. Heel onnatuurlijk om te vertellen wat niet goed gaat, wat je elke dag al met je meeneemt. Als ik positiviteitsgoeroes een ongevraagd advies mag geven: schrap de indicaties voor mensen met een chronische aandoening. Zij hebben recht op de hoogste indicatie. En, laat ze zelf contact opnemen met de gemeente als dit niet nodig is. Op deze manier schrap je extra negativiteit bij de zorgvrager.
Goed, tot zover mijn onnatuurlijke beleving. Het gesprek verliep wèl prettig. Menselijk. Het model die de gemeente is opgelegd, doelt niet op de aandoening an sich. Het klonk voor mij als een zakelijk model op de zorgmarkt. Prima, maar dit sluit naar mijn idee niet aan bij de doelgroep.
Voorbeeld: Heb je last van incontinentie: + 20 minuten. Want: meer was om te draaien. Geen idee wat voor een boomstam deze werkwijze heeft geopperd, want -zeer bevuilde- wasjes draaien duurt minimaal drie keer zolang. Om nog maar te zwijgen over het ophangen ervan en de vorige was op te vouwen.
De hele indicatie gaat dus om het plussen en minnen. Achteraf kreeg ik de associatie van een bingokaart. Afhankelijk van het aantal vakjes dat is aangevinkt, wordt er een indicatie samengesteld. Gelukkig is de conclusie bij mij niets veranderd, maar vanuit de zorgwereld en de politiek hoor ik alleen maar geluiden dat het geld slinkt in de zorg.
Technologische gadgets zoals een robotstofzuiger, een vaatwasser, een robot die de was ophangt, een robot met zogenaamde small talks, Google Home die verschillende opdrachten uitvoert waar je om vraagt – zoals gordijnen open doen, een robot-kok die alle maaltijden verzorgd op een dag, een zelfrijdende taxi reserveren of een MedBed. Zomaar een aantal technische snufjes. Er zullen er al vast meer bestaan.
Maar! Zullen deze gadgets -in de nabije toekomst- te winnen zijn op de WMO-bingokaart?