
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Dat depressieve klachten veel voorkomen bij multiple sclerose, MS, was bekend. Nieuw Pools onderzoek laat nu zien dat mensen met MS en depressieve klachten vaak ook een hoger vetpercentage hebben en hun armen minder goed kunnen bewegen dan mensen met MS die geen depressieve klachten hebben.
De studie onderzocht 110 mensen met MS. Een kwart van hen had last van klachten die bij depressie horen, zoals slaapproblemen en vermoeidheid. Uit de resultaten bleek dat deelnemers met depressieve klachten gemiddeld een hoger vetpercentage hadden en minder goed in staat waren om hun armen te bewegen.
Door goed te letten op het vetpercentage en de armfunctie bij mensen met MS, kunnen depressieve symptomen mogelijk eerder worden opgespoord en behandeld. Een gezonde leefstijl kan daarbij een belangrijke rol spelen.
Meer weten over dit onderzoek? Lees het op MS.nl

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.