
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Mensen met relapsing-remitting multiple sclerose (RRMS) krijgen vaak sterke medicijnen zoals alemtuzumab of ocrelizumab om ontstekingen te remmen. Toch werken deze behandelingen niet altijd goed genoeg. Onderzoekers vergeleken deze behandelingen met stamceltherapie bij MS.
Ze onderzochten 621 mensen met RRMS die in het ziekenhuis 1 van de 3 behandelingen kregen. De onderzoekers bestudeerden deze mensen 2 tot 4 jaar. Ze keken naar het aantal terugvallen, de MRI-scans en veranderingen in lichamelijke klachten.
De onderzoekers zagen verschillen. Vooral het aantal terugvallen was lager bij mensen die stamceltherapie kregen. Ook lieten MRI-scans minder ontstekingen zien dan bij alemtuzumab. Toch waren de resultaten voor een deel vergelijkbaar met ocrelizumab.
> Lees hier meer over deze studie

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.