
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nieuwe resultaten uit een studie met een looptijd van 9 jaar bevestigen dat vroeg starten met een hoogeffectieve MS-remmer het verloop van MS milder kan maken.
Er deden 505 mensen met MS tot het einde van de studie mee. De eerste 2 jaar kreeg een deel van de deelnemers ocrelizumab, de rest kreeg het minder sterke middel interferon β-1a. Na deze eerste fase kregen alle deelnemers ocrelizumab.
De onderzoekers zagen verschillen tussen de twee groepen. De deelnemers groep die eerst werd behandeld met ocrelizumab hadden minder schubs, minder activiteit op de MRI en minder lichamelijke beperking. Kortom, de MS bleef over het algemeen rustiger dan bij deelnemers die begonnen met interferon β-1a.
De onderzoekers keken ook of de grootte van de hersenen veranderde. Meer weten? Lees verder op MS.nl.

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.