
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Bij sommige mensen met MS, multiple sclerose, worden de klachten na een aantal jaren steeds erger. MS kan dan overgaan in een andere vorm van MS. Dit heet secundair progressieve MS. Kort SPMS. Onderzoekers willen graag weten wie daar meer risico op loopt.
In een grote Franse studie zijn meer dan 2000 mensen met MS gevolgd. Zij begonnen binnen vijf jaar na hun diagnose met hoog actieve therapie (HAT). Dit zijn sterke medicijnen die MS kunnen afremmen. Denk aan middelen zoals natalizumab, ocrelizumab of fingolimod. De onderzoekers zagen dat mensen die vroeg starten met HAT minder kans hebben op SPMS. Dit over een periode van 10 jaar.
De onderzoekers zagen dat sommige mensen meer kans hadden om SPMS te krijgen, ondanks vroege behandeling. Zo bleken mannen en mensen die op latere leeftijd de diagnose kregen een hoger risico te hebben. Ook als iemand kort na de diagnose al beperkingen had, nam de kans op verslechtering toe.

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.