In het kort 

  • Het effect van cognitieve therapie verschilt tussen mensen met MS. Het is daarom van belang om op voorhand de juiste therapie te bepalen.  
  • Onderzoekers gebruikten het Nederlandse REMIND-MS onderzoek om het effect van cognitieve therapieën na te gaan. 
  • De resultaten zijn veelbelovend om gepersonaliseerde aanbevelingen voor therapie te geven. 

Nederlands onderzoek 

De onderzoekers gebruikten de gegevens verzameld in het REMIND-MS onderzoek. In dit onderzoek namen 105 mensen met MS die cognitieve klachten ervaren deel. De resultaten werden vergeleken met 56 mensen zonder MS. De personen met MS kregen één van onderstaande therapieën: 

  • cognitieve revalidatietherapie of 
  • cognitieve therapie gebaseerd op mindfulness of 
  • cognitieve therapie die ze gewoonlijk krijgen 

De hersenactiviteit werd gemeten door een MEG-onderzoek (Magneto-EncefaloGram). MEG werd gemeten bij de start van het onderzoek om: 

  • het effect van therapie op cognitieve klachten na te gaan 
  • gepersonaliseerde cognitieve doelen te stellen 
  • voorspellen van de informatieverwerkingssnelheid  

Werking van therapie voorspellen met hersenactiviteit 

De onderzoekers keken of ze de uitkomst van cognitieve therapie met een MEG-hersenscan konden voorspellen. Ze zagen dat hersenactiviteit verschilt bij mensen met MS die cognitieve klachten ervaren ten opzichte van mensen met MS zonder deze klachten. De onderzoekers concluderen dat het mogelijk is om aan de hand van hersenactiviteit te voorspellen wat het effect van cognitieve therapie voor iemand gaat zijn.  

 

Dit onderzoek is gedaan met geld van Stichting MS Research. 

Laatst bijgewerkt door redactie op: 7 mei 2024