In het kort: 

  • Onderzoekers bekeken of een oogbewegingsstoornis invloed had op cognitieve testen bij mensen met MS.
  • Aan het onderzoek deden 197 mensen met MS mee.
  • Problemen met zien zorgden voor lagere scores op sommige testen, waarbij de ogen snel moeten bewegen.
  • Testen waarbij iemand luistert in plaats van kijkt, werden niet beïnvloed.
  • Volgens de onderzoekers moeten artsen hiermee rekening houden bij het beoordelen van cognitieve klachten.

Wat is de achtergrond van het onderzoek? 

Ongeveer de helft van de mensen met krijgt te maken met cognitieve problemen. Zij kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met hun aandacht, het verwerken van informatie of hun geheugen. Artsen meten cognitieve problemen regelmatig bij mensen met MS met bepaalde testen. Hiermee kunnen ze ook het verloop van cognitieve problemen bijhouden. 

Bij veel cognitieve testen moet iemand niet alleen goed kunnen nadenken, maar ook de ogen snel tussen verschillende woorden of beelden kunnen bewegen. Als iemand problemen heeft met zien, kan dit invloed hebben op de uitslag van een cognitieve test. 

Een veelvoorkomende oogbewegingsstoornis bij MS is INO. Mensen met INO hebben moeite om beide ogen goed samen te laten bewegen. Onderzoekers weten dat mensen met INO vaak slechter presteren op bepaalde cognitieve testen. Het is alleen nog niet duidelijk hoeveel invloed de oogbewegingsstoornis heeft op resultaten van cognitieve testen. 

Wat is INO?

INO staat voor internucleaire oftalmoplegie is. Dit is een stoornis waarbij beide ogen niet goed samenwerken tijdens het kijken naar links of rechts. Hierdoor kunnen mensen bijvoorbeeld dubbelzien, wazig zien of merken dat lezen meer moeite kost. INO ontstaat door beschadiging van zenuwbanen in de hersenstam. INO komt veel voor bij mensen met MS. 

Wat is het doel van het onderzoek? 

Nederlandse wetenschappers wilden weten of INO invloed had op de resultaten van cognitieve testen bij mensen met MS. De onderzoekers wilden vooral weten of mensen met INO slechter presteren op testen waarbij ze veel naar informatie moeten kijken. En hun ogen snel moeten bewegen. Ze vergeleken deze resultaten met testen waarbij mensen vooral naar gesproken informatie luisteren. De onderzoekers wilden een aantal dingen weten: 

  • Heeft INO meer invloed op testen waarbij je naar informatie moet kijken?
  • Presteren mensen met een zware vorm van INO slechter op deze testen?
  • Hebben mensen met INO minder problemen met testen waarbij ze naar gesproken informatie moeten luisteren?

Met deze kennis kunnen artsen cognitieve klachten beter beoordelen. Ook kunnen ze beter bepalen welke testen het meest geschikt zijn voor mensen die moeite hebben met hun oogbewegingen.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd? 

De onderzoekers gebruikten gegevens van 197 mensen met MS. De gemiddelde leeftijd was 54 jaar en de meeste deelnemers waren vrouw. Van de deelnemers hadden 66 mensen INO en 131 mensen geen INO. Het onderzoek vond plaats in het MS Centrum Amsterdam. 

De deelnemers deden verschillende cognitieve testen om bijvoorbeeld het geheugen en de snelheid van informatieverwerking te meten. Sommige testen gebruikten informatie die de deelnemers moesten bekijken, terwijl andere testen gebruikmaakten van gesproken informatie.

Met speciale apparatuur onderzochten de onderzoekers hoe de ogen bewogen. Ze keken ook hoe erg de oogbewegingsstoornis was. De onderzoekers maakten ook van de hersenen. Daarna vergeleken ze de testresultaten van mensen met en zonder INO.

Ze onderzochten 102 deelnemers 6 jaar later opnieuw. Zo konden de onderzoekers bekijken of veranderingen in de oogbewegingen samenhingen met veranderingen in cognitieve prestaties.

Welke cognitieve testen werden gebruikt?

De onderzoekers gebruikten verschillende testen. Voor sommige testen moesten de ogen gebruikt worden. Daarbij moesten deelnemers snel naar cijfers, letters of symbolen kijken. Een bekende test is de Symbol Digit Modalities Test: SDMT.

Andere testen waren met het gehoor. Daarbij luisterden deelnemers naar gesproken informatie en hoefden zij minder met hun ogen te bewegen. De Paced Auditory Serial Addition Test: PASAT werd hiervoor onder andere gebruikt. Door beide soorten testen te vergelijken konden de onderzoekers zien of oogbewegingen invloed hadden op de testuitslag.

Wat kwam er uit het onderzoek? 

 

Van de 197 deelnemers hadden 66 mensen INO. Zij hadden vaker last van lichamelijke klachten. Ook hadden zij vaker een progressieve vorm van MS dan mensen zonder INO. 

De onderzoekers vonden een paar belangrijke dingen: 

Een zware vorm van INO beïnvloedt sommige cognitieve testen. 

Niet iedere deelnemer met INO scoorde slechter. De onderzoekers zagen dat vooral mensen met zware INO lager scoorden op cognitieve testen met de ogen. Bij lichte INO was dit effect veel kleiner. Volgens de onderzoekers is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken óf iemand INO heeft, maar ook hoe erg deze is.

Lagere scores komen niet alleen door cognitieve problemen. 

De lagere scores lijken niet alleen te komen door cognitieve problemen. Bij sommige testen zijn snelle oogbewegingen nodig. Als iemand moeite heeft met deze oogbewegingen, kan dit de uitvoering van de test bemoeilijken en daardoor de score beïnvloeden.

INO had weinig invloed op testen met gesproken informatie. 

Bij de meeste testen waarbij deelnemers vooral naar informatie moesten luisteren, vonden de onderzoekers geen duidelijke invloed van INO. Dit kan betekenen dat zulke testen soms geschikter zijn voor mensen met ernstige oogbewegingsproblemen.

Deelnemers met INO scoorden lager op bepaalde onderdelen van geheugentesten. 

Deelnemers met INO scoorden iets lager op een geheugentest met gesproken informatie. Dit was opvallend. De onderzoekers denken dat dit komt doordat oogbewegingen ons helpen om herinneringen op te slaan.

Mensen die later INO kregen gingen cognitief achteruit. 

Van de 102 deelnemers die opnieuw werden onderzocht, ontwikkelden 7 mensen nieuwe INO. Zij gingen sterker achteruit op een bepaalde cognitieve test. Deze groep was erg klein. Daarom weten onderzoekers niet precies of dit alleen door INO komt. 

Wat is de conclusie van het onderzoek? 

De onderzoekers ontdekten dat ernstige vormen van oogbewegingsstoornissen, zoals INO, invloed kunnen hebben op sommige cognitieve testen. Vooral testen waarbij de ogen snel moeten bewegen, kunnen moeilijker worden. Hierdoor kan iemand een lagere score halen, ook als het denkvermogen zelf niet slechter is geworden.

Testen waarbij mensen vooral naar gesproken informatie luisteren, werden meestal minder beïnvloed door INO. Daarom adviseren zij artsen om voorzichtig te zijn met conclusies trekken uit deze testen bij mensen met duidelijke oogstoornissen. Het kan helpen om meerdere testen te gebruiken of te kiezen voor een test waarbij minder oogbewegingen nodig zijn, zoals een test met het gehoor.

In de toekomst willen onderzoekers ook andere oogbewegingsproblemen onderzoeken. Ze willen kijken of deze problemen invloed hebben op testen voor het geheugen en denken. Ook willen ze onderzoeken of testen op een smartphone minder worden beïnvloed door problemen met de oogbewegingen.

Wat zijn de beperkingen van dit onderzoek?
  • De onderzoekers keken alleen naar INO. Andere oogproblemen die ook bij MS kunnen voorkomen, werden niet onderzocht. Mogelijk hebben deze ook invloed op cognitieve testen.
  • Niet alle deelnemers deden mee aan de vervolgmeting. Vooral oudere deelnemers en mensen met ernstigere MS vielen uit. Daardoor is het moeilijk om met zekerheid te zeggen hoe oogstoornissen invloed hebben op de cognitieve prestaties op lange termijn.

Wat betekent dit voor mij? 

Heb je MS en merk je dat lezen of het bewegen van je ogen lastig is? Dan kan dat invloed hebben op sommige cognitieve testen. Dit betekent niet meteen dat je geheugen of denkvermogen slechter is geworden. Soms spelen problemen met zien ook een rol bij de testuitslag.

Bespreek daarom met je neuroloog of neuropsycholoog als je klachten hebt zoals dubbelzien, moeite met lezen of snelle vermoeidheid van de ogen. Mogelijk is een andere cognitieve test beter geschikt.

Op MS.nl kun je meer lezen over problemen met zien en cognitie bij MS, bijvoorbeeld over behandelingen en hulpmiddelen bij oogproblemen of over aandacht voor cognitieve klachten

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door stichting MS Research

Deskundigen dragen bij aan betrouwbare informatie op MS.nl.
Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.

Laatst bijgewerkt door redactie op: 24 juli 2026