
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Ocrelizumab is een MS-remmer. Deze remt het afweersysteem door B-cellen uit het bloed te verwijderen. B-cellen zijn witte bloedcellen die ziekteverwekkers aanvallen in het lichaam. Bij mensen met MS vallen B-cellen het eigen lichaam aan. Als niet alle B-cellen uit het bloed verdwijnen na gebruik van ocrelizumab, kan de ziekte soms erger worden. Zelfs als iemand met MS geen nieuwe aanvallen heeft.
In een nieuw onderzoek keken wetenschappers in München naar 148 mensen met relapsing remitting MS. Kort: RRMS. Zij kregen minstens twee jaar ocrelizumab. De onderzoekers keken of het aantal B-cellen in het bloed te maken had met het erger worden van de ziekte. Iedere 6 tot 12 maanden werd het aantal B-cellen in het bloed gemeten.
De onderzoekers zagen dat hoe hoger het aantal overgebleven B-cellen was, hoe groter de kans op achteruitgang. Ook als er geen ziekteactiviteit op de MRI-scan te zien was.

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.