
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Italiaanse onderzoekers ontdekten dat de hoeveelheid van het stofje parvalbumine in het hersenvocht van MS-patiënten iets kan zeggen over hoe de ziekte zich ontwikkelt. Het hersenvocht is de vloeistof in en rond de hersenen en het ruggenmerg en kan onderzocht worden met een ruggenprik.
Uit het onderzoek blijkt dat mensen die bij de diagnose meer parvalbumine in hun hersenvocht hebben, na een paar jaar vaak meer last krijgen van lichamelijke en psychische klachten. Dit zijn bijvoorbeeld vermoeidheid en geheugenproblemen.
Deze ontdekking kan helpen om de ziekte beter te voorspellen en om sneller de juiste behandeling te kiezen voor mensen met MS.

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.