
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

De leeftijd waarop iemand MS krijgt, lijkt invloed te hebben op het verloop van de ziekte. Dat is de conclusie van een groep wetenschappers die medische gegevens van meer dan 1000 mensen onderzochten. Dit waren gegevens van mensen die zenuwschade of een eerste schub hebben gehad.
De onderzoekers keken naar de leeftijd van de deelnemers. En naar hoe hun gezondheid verliep. Kregen ze schubs waardoor de gezondheid in korte tijd snel verslechterde? Of kregen ze geleidelijk steeds meer beperkingen zonder schub?
De onderzoekers vonden dat iemand die op latere leeftijd voor het eerst MS-klachten krijgt, waarschijnlijk minder schubs zal krijgen. Wel krijgt diegene gemiddeld meer lichamelijke beperkingen door MS. Beperking op latere leeftijd komt waarschijnlijk vooral door de geleidelijke, doorlopende schade aan de zenuwen. Dit wordt ook wel smeulende MS genoemd.

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.