
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Wetenschappers verzamelden het DNA van mensen met en zonder MS. Er zijn veel verschillende genen die een rol spelen in de ontwikkeling van MS. Door informatie van al deze genen te combineren konden de onderzoekers de kans op MS berekenen. Het genetische risico op het ontwikkelen van MS is voor vrouwen groter dan voor mannen.
Zo'n 5 op de 1000 vrouwen krijgt MS, voor mannen is dat 2 op de 1000. Deze informatie kan helpen bij het stellen van de diagnose. Heeft iemand een hoog risico op MS, kan dit er samen met andere onderzoeken op wijzen dat diegene MS heeft. Een laag risico op MS kan erop wijzen dat er misschien sprake is van een andere aandoening dan MS.
Dit resultaat is een onderdeel van een reeks aan bevindingen binnen Project Y. In dit project verzamelden wetenschappers van het MS Centrum Amsterdam gegevens van mensen met MS die in 1966 zijn geboren.

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.