
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Bij iedereen verloopt MS anders. De ene persoon heeft last van aanvallen, ook wel schubs genoemd. Een ander merkt dat de gezondheid geleidelijk achteruitgaat. Vaak wordt MS ingedeeld in vormen, zoals RRMS en PPMS. ‘Maar', zegt onderzoeker Joost Smolders, die bij het onderzoek betrokken was, ‘misschien is de vorm van MS minder belangrijk dan we dachten.’
In een nieuwe studie onderzochten Smolders en zijn collega's stofjes in het lichaam van mensen met RRMS en PPMS. Ook weefsel uit het lichaam van overleden mensen met MS werd onderzocht. Zulke stofjes en weefsels die iets zeggen over de ziekte heten biomarkers.
Uit het onderzoek bleek dat de biomarkers van mensen met RRMS en met PPMS niet zoveel van elkaar verschillen. Biologisch gezien lijken deze vormen van MS dus veel op elkaar. Wel konden de onderzoekers aan de biomarkers zien of er ontstekingen waren. En of zenuwen beschadigd waren.
Als verschillende vormen van MS biologisch hetzelfde zijn, is het dan nog wel slim om deze vormen op andere manieren te behandelen? Volgens Smolders is het beter om naar MS als geheel te kijken. ‘Met biomarkers kunnen we MS-aanvallen en geleidelijke achteruitgang beter van elkaar onderscheiden. Op die manier kunnen we biomarkers mogelijk gebruiken om de behandeling beter aan te passen aan de persoon met MS.’

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.