
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

MS en MOGAD lijken veel op elkaar. Beide aandoeningen zorgen voor ontstekingen en schade in het centrale zenuwstelsel. Daardoor is het soms moeilijk voor artsen om de juiste diagnose te stellen. De klachten van MS en MOGAD kunnen hetzelfde zijn. Ook kan een MRI-scan niet altijd duidelijk laten zien welke aandoening iemand heeft. Wetenschappers zoeken daarom naar betere manieren om het verschil tussen deze 2 ziekten te vinden.
In een internationale studie werkten 19 ziekenhuizen samen. De onderzoekers verzamelden 406 MRI-scans en bekeken deze met een MRI-model en een AI-model. Ze onderzochten welk model beter kon bepalen welke diagnose iemand had. Ook maakten ze hersenkaarten om te zien welke delen van de hersenen belangrijk waren om het verschil tussen MS en MOGAD te ontdekken.
Wat hebben de wetenschappers in deze studie gevonden? En konden de modellen goed bepalen of iemand MS of MOGAD had?

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.