
Onderzoek naar B-cellen tijdens een behandeling met ocrelizumab
Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Het verloop van multiple sclerose, MS, is bij iedere persoon anders. Bij veel mensen verergert MS doordat ze terugvallen hebben waarvan ze niet helemaal herstellen. Maar de ziekte kan ook erger worden zonder dat iemand zulke terugvallen heeft. Artsen kunnen nog niet goed voorspellen wie snel achteruit zal gaan.
Onderzoekers wilden in deze studie begrijpen waarom sommige mensen met MS achteruit gaan zonder dat zij aanvallen hebben. Ze onderzochten de hersenen van overleden mensen met MS. De onderzoekers vergeleken de hersenen van mensen bij wie de ziekte snel verslechterde met dat van mensen bij wie het verloop trager was. Daarnaast bekeken ze met een TSPO PET-scan de hersenen van 114 mensen met MS die nog leven. Zo konden ze zien welke beschadigingen actief waren.
Wat vonden de onderzoekers in deze studie? En hoe komt het dat sommige mensen mogelijk sneller achteruit gaan dan anderen?

Nederlandse en Australische wetenschappers ontdekten dat het aantal B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab niet bij iedereen even snel weer toeneemt.

Nederlandse wetenschappers onderzochten een geheugentest die deelnemers via een smartphone maakten. Mensen met MS scoorden beter doordat zij de test vaker maakten. Dit kwam vooral door het oefenen en niet door veranderingen in de ziekte.

Nederlands onderzoek laat zien dat een oogstoornis die voorkomt bij MS, invloed kan hebben op de uitslag van sommige cognitieve testen.

Wetenschappers onderzochten hoe goed en veilig ocrelizumab werkt bij mensen met PPMS. Ze keken vooral naar het effect van de behandeling bij oudere mensen en bij mensen met veel lichamelijke beperkingen.