In het kort 

  • Nederlandse en Australische wetenschappers wilden beter begrijpen hoe het aantal B-cellen verandert tijdens een behandeling met ocrelizumab. 
  • De onderzoekers gebruikten medische gegevens van 567 mensen met MS die met ocrelizumab waren behandeld in Nederland of Australië.  
  • Uit de resultaten bleek dat het aantal B-cellen bij iedereen op een andere manier toenam tijdens de behandeling.
  • Leeftijd, gewicht en eerdere MS-behandelingen hadden invloed op het aantal B-cellen.  
  • De resultaten kunnen in de toekomst helpen om de behandeling beter af te stemmen op de persoon. Hiervoor is eerst meer onderzoek nodig.  

Wat is de achtergrond van het onderzoek?

Ocrelizumab is een medicijn om MS te remmen. Het kan worden gebruikt bij de behandeling van RRMS en PPMS. Ocrelizumab vermindert het aantal B-cellen in het lichaam. Na een tijd neemt het aantal B-cellen in het lichaam weer toe en wordt opnieuw een infuus ocrelizumab gegeven. Deze toename gebeurt niet bij iedereen even snel. Uit eerder onderzoek blijkt dat lichaamsgewicht, BMI en het aantal B-cellen vóór de behandeling invloed kunnen hebben op hoe snel B-cellen terugkomen. Onderzoekers weten nog niet precies welke factoren hier invloed op hebben.  

Wat zijn B-cellen?

Het afweersysteem van ons lichaam ruimt ziekteverwekkers en beschadigde lichaamscellen op. Hierdoor word je niet ziek en worden afvalstoffen uit het lichaam verwijderd. Afweercellen zijn belangrijk bij het opsporen en vernietigen van ziekteverwekkers. 

B-cellen zijn een soort afweercellen. Deze vallen ziekteverwekkers aan die rondzwemmen in lichaamsvocht, zoals het bloed. Ben je gezond? Dan zijn B-cellen niet aanwezig in het centrale zenuwstelsel. Maar bij MS gaat er iets mis met deze cellen. Ze vallen dan het eigen lichaam aan. Dit zorgt voor ontstekingen en schade aan het centrale zenuwstelsel. 

Lees meer over de verschillende soorten afweercellen.

Wat is het doel van het onderzoek?

Nederlandse en Australische wetenschappers wilden beter begrijpen wat er gebeurt met het aantal B-cellen in het lichaam tijdens een behandeling met ocrelizumab. Ze wilden een aantal dingen weten:  

  • Hoe snel neemt het aantal B-cellen toe tijdens de behandeling met ocrelizumab?
  • Welke factoren hebben invloed op hoe snel B-cellen terugkomen?   

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

Nederlandse en Australische onderzoekers gebruikten medische gegevens van 567 mensen met MS die met ocrelizumab waren behandeld. De gegevens kwamen uit 2 ziekenhuizen: 1 uit Nederland en 1 uit Australië. Alle mensen hadden minimaal 6 maanden ocrelizumab gebruikt. Gemiddeld kregen ze 8 infusen per persoon. De wetenschappers onderzochten veranderingen in de hoeveelheid B-cellen in het bloed tijdens een behandeling met ocrelizumab. Ze wilden weten hoe snel het aantal B-cellen in het bloed tussen de infusen weer toenam. Ook onderzochten ze welke factoren hier invloed op hadden. Ze keken bijvoorbeeld naar:

  • het geslacht 
  • het lichaamsgewicht 
  • BMI 
  • eerdere MS-behandelingen  

De onderzoekers gebruikten statistische testen om te onderzoeken hoe snel B-cellen terugkwamen.  

Wat kwam er uit het onderzoek?

De onderzoekers vonden een aantal belangrijke dingen: 

Leeftijd, gewicht en het aantal infusen spelen een rol.   
  • Jongere mensen hadden gemiddeld meer B-cellen tijdens de behandeling dan oudere mensen. 
  • Mensen met een hoger lichaamsgewicht hadden ook meer B-cellen tijdens de behandeling. 
  • De onderzoekers zagen ook dat de hoeveelheid B-cellen sneller toenam als het langer geleden was dat iemand het laatste infuus had gekregen. 
  • Mensen die meer ocrelizumab-infusen hadden gekregen, hadden minder B-cellen. Hoe vaker iemand het medicijn had gekregen, hoe langer het aantal B-cellen laag bleef.
Eerdere MS-behandelingen hadden invloed op het aantal B-cellen.
  • Mensen die eerder natalizumab hadden gebruikt, hadden gemiddeld meer B-cellen voor de start van de behandeling met ocrelizumab. 
  • Mensen die eerder S1P-modulatoren hadden gebruikt, hadden juist minder B-cellen. Voorbeelden van S1P-modulatoren zijn fingolimod of ponesimod.
Het aantal B-cellen vóór de behandeling had invloed op het aantal B-cellen tijdens de behandeling.
  • Mensen met meer B-cellen vóór de behandeling hadden tijdens de behandeling vaak ook meer B-cellen.
Een snellere toename van B-cellen leidde niet tot meer terugvallen.
  • De onderzoekers keken of B-cellen 5 tot 7 maanden na een infuus weer toenamen. Bij de meeste mensen bleef het aantal B-cellen laag. 
  • Als het aantal B-cellen na een infuus snel toenam, was de kans groter dat de hoeveelheid B-cellen na het volgende infuus weer toenam.
  • De onderzoekers zagen geen duidelijke toename van aanvallen bij mensen bij wie de hoeveelheid B-cellen sneller toenam. 

Wat is de conclusie van het onderzoek?

De onderzoekers zagen dat het aantal B-cellen bij iedereen op een andere manier toenam tijdens de behandeling met ocrelizumab. Leeftijd, gewicht en eerdere behandelingen hadden invloed op het aantal B-cellen.

Onderzoekers willen in de toekomst verder onderzoeken welke hoeveelheid B-cellen past bij een goede werking van de behandeling. Met deze kennis kunnen artsen de behandeling beter afstemmen op de persoon. Ze kunnen dan bijvoorbeeld bepalen wanneer iemand een nieuw infuus nodig heeft. Hiervoor is eerst meer onderzoek nodig.

Wat zijn de beperkingen van dit onderzoek?
  • De onderzoekers hadden geen informatie over sommige andere factoren, zoals andere gezondheidsproblemen.
  • De 2 ziekenhuizen gebruikten verschillende manieren om B-cellen te meten.
  • De onderzoekers gebruikten bestaande medische gegevens. Hierdoor ontbraken sommige gegevens.

Wat betekent dit voor mij?

Het onderzoek liet zien dat de toename van het aantal B-cellen tijdens de behandeling met ocrelizumab per persoon verschillend was. Deze resultaten kunnen in de toekomst helpen om behandelingen beter af te stemmen op de persoon. Hiervoor is eerst meer onderzoek nodig. 

Je kunt ook zelf meedoen aan wetenschappelijk onderzoek naar persoonlijke behandelingen. Bijvoorbeeld aan de NEXT-MS studie. Je vindt hier het overzicht met alle onderzoeken waaraan je kunt meedoen. Bespreek deelname altijd met je neuroloog. 

Gebruik je ocrelizumab? En wil je graag ervaringen delen met anderen? Dat kan in de community van MS.nl, bijvoorbeeld in deze gespreksgroep. 

Lees meer over onderzoek naar vroeg starten met ocrelizumab. 
Lees meer over onderzoek naar de toediening van ocrelizumab.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door Stichting MS Research.

Deskundigen dragen bij aan betrouwbare informatie op MS.nl.
Lees meer over hoe we als redactie keuzes maken.

Laatst bijgewerkt door redactie op: 21 augustus 2026